?

Log in

draco_girly

Previous Entry Share Next Entry
08:06 pm: H21
Hier is hoofdstukje 21
Ik zit op het moment echt vol vakantie stress en zal blij zijn als ik morgen in het vliegtuig zit. Nu nog even snel de laatste dingetjes inpakken....

Hoofdstuk 21

“Dus je begrijpt dat het belangrijk is dat je Zweinstein niet verlaat”, vroeg Perkamentus terwijl hij Harry doordringend aankeek. Het afgelopen half uur was hij bezig geweest om Harry hiervan te overtuigen en zo te voorkomen dat hij op één of andere reddingsmissie van zichzelf ging.
“Ik begrijp het”, zei Harry terwijl hij zuchtte. Hij wist dat hij Perkamentus maar beter gelijk kon geven als hij hier niet de rest van de dag wilde zitten. Als hij echter dacht dat hij hier rustig af ging wachten totdat ze Draco’s lijk zouden bezorgen had hij het mooi mis. Hij moest zorgen dat Draco veilig was.
“De orde doet alles wat ze kunnen om ervoor te zorgen dat Draco zo snel mogelijk weer terug is Harry”, zei Perkamentus die probeerde Harry gerust te stellen.

Harry knikte. Hij hoopte maar dat hun gesprekje snel over was want hij wist niet hoe lang hij deze onzin nog aan kon horen. Bovendien moest hij aan een reddingsmissie beginnen en iedere minuut die hij hier zat te verdoen kon wel eens heel belangrijk zijn.
“Waarom ga je niet terug naar de afdelingskamer. Hermelien moet vast ongerust zijn na de manier waarop je vanmorgen de afdelingskamer uitstormde.”
Harry knikte en stond op. Hij was blij dat dit gesprekje nu eindelijk over was en kon niet wachten om z’n reddingsmissie te beginnen.

Hij snelde naar de afdelingskamer en zag z’n twee vrienden daar al op hem wachten. Als Ron er wat schuldbewust bij zat viel het Harry niet op. Hij vertelde dat Draco verdwenen was en wat Perkamentus hem zojuist verteld had. Hij wilde net over zijn plan vertellen toen hij Hermelien hoorde zeggen dat ze vond dat Perkamentus gelijk had. Tot zijn verbazing was Ron het met haar eens. Hij kon z’n eigen vrienden niet geloven. Draco was in gevaar en zij vonden dat hij hier maar gewoon moest afwachten?!

Hij was blij dat hij ze nog niet over zijn plan verteld had, nu konden ze hem tenminste niet tegenhouden.
“Ik voel me niet zo lekker en dank dat ik even op m’n bed ga liggen.”
“Maar ik wilde…”, begon Ron. Een elleboog in z’n maag van Hermelien liet hem echter stoppen. Hermelien wist dat Harry het moeilijk moest hebben nu Draco weg was en wist dat hij wat tijd alleen nodig had.

Zodra Harry de slaapzaal inliep ging hij meteen op zoek naar z’n onzichtbaarheidsmantel. Al snel had hij hem gevonden en ging hij op z’n bed zitten.
“Dobby”, riep Harry.
“U riep Harry Potter sir”, zei een nogal enthousiast uitziende Dobby.
“Dobby ik heb je hulp nodig.”
“Dobby graag helpen. Dobby alles doen voor Harry Potter sir”, zei de elf terwijl hij op en neer sprong.
“Dobby, ik wil dat je me naar Malfoy Manor brengt.”
Madame Plijster had gezegd dat Lucius Draco kwam halen dus de kans was groot dat hij Draco daar kon vinden.
Zodra Dobby deze woorden hoorde stopte hij met springen en keek Harry met een beetje angstige ogen aan. Harry zag de blik van de elf en probeerde hem gerust te stellen.
“Ik weet dat het moeilijk voor je is Dobby, maar het is belangrijk. Draco is mijn vriend en hij loopt gevaar.”
Bij het horen van Draco’s naam gingen Dobby’s ogen wijd open.
“Draco slecht voor Harry Potter sir. Harry Potter sir moet uit buur van Draco blijven”, zei Dobby waarschuwend.

Harry zuchtte een beetje geïrriteerd.
“Draco is mijn vriend Dobby.”
De huiself leek moeite te hebben om deze informatie te verwerken.
“Maar…maar…”, stamelde Dobby.
“Ga je me nog helpen of moet ik een andere huiself vragen”, zei Harry een beetje boos.
Dobby schudde meteen z’n hoofd.
“Nee, ik u helpen”, zei Dobby trots.

Harry was blij dat Dobby hem wilde helpen, omdat hij niet wist hoe hij anders Malfoy Manor moest vinden. Hij pakte z’n vuurflits en sprak er een verkleinspreuk over uit zodat hij in z’n zak paste. Hij raapte z’n onzichtbaarheidsmantel op en draaide zich weer naar Dobby.
“Dobby, ik doe nu de onzichtbaarheidsmantel over ons heen. Je moet dicht bij me blijven lopen en stil blijven. Denk je dat je dat kunt doen?”
Dobby knikte heel tevreden en hield zijn lippen stijf op elkaar als teken dat hij stil kon blijven. Harry sloeg de onzichtbaarheidsmantel over hen beide en liep naar de deur van de slaapzaal. Hij hoopte maar dat z’n plan zou lukken.

Zachtjes opende hij de deur, maar hij had z’n best niet hoeven doen want de afdelingskamer zag er nogal verlaten uit. Snel liep hij de afdelingskamer uit en liep richting één van de geheime gangen die hem naar Zweinsveld kon brengen. Ze hadden de gang bijna bereikt toen professor Anderling ineens uit één van de lokalen kwam.
Harry kon nog net voorkomen dat ze tegen haar aanliepen en ging snel aan de kant. Dobby gaf echter een gilletje van schrik en begon praten. “We worden vast…”
Snel deed Harry z’n hand voor Dobby’s mond zodat hij niet verder kon praten. Hij hield z’n adem in en keek op naar professor Anderling, bang dat hij nu ieder moment betrapt zou worden. Hij zag hoe ze in het rond keek, ongetwijfeld op zoek naar de maker van het geluid.
“Wie is daar?”, zei ze terwijl ze nogmaals goed in de rondte keek. Harry hoopte maar dat z’n onzichtbaarheidsmantel nog goed over hem heen zat. Hij hoorde voetstappen aankomen en zag Vilder met z’n kat aankomen.

“Is er iets Minerva?”, zei Vilder terwijl hij keek hoe professor Anderling in het rond keek.
“Ik zou toch zweren dat ik net iemand hoorde praten, maar ik zie niemand.”
Vilder keek ook in het rond, maar zag niets.
“Maak je geen zorgen Minerva. Mevrouw Norris en ik zullen de prater wel vinden.”
“Oké, dan ga ik nu snel naar Albus. Hij wilde met iets laten zien”, zei professor Anderling terwijl ze wegliep.

Zachtjes probeerde Harry weer verder te lopen. Hij wist dat Vilder hem niet kon zien, maar had zo z’n twijfels over mevrouw Norris. Hij had z’n hand van Dobby’s mond verwijderd toen hij er zeker van was dat Dobby z’n mond hield.

Eindelijk bereikte ze de gang en Harry deed de onzichtbaarheidsmantel af terwijl ze verder liepen in stilte. Hij nam grote stappen, want hij wist dat hij snel bij Draco moest zijn. Ze konden hem wel… Nee, hij schudde z’n hoofd. Hier moest hij niet aan denken.

Dobby moest met z’n kleine beentjes bijna rennen om Harry bij te houden, maar Harry had niets in de gaten. Het enige waar hij aan kon denken was Draco. Na een korte wandeling bereikten ze Zweinsveld en Harry zocht snel een stil steegje op waar hij z’n vuurflits weer tot normaal formaat maakte. Hij sprak een camouflagespreuk over Dobby, hemzelf en de bezem uit zodat hij in ieder geval niet door dreuzels gezien zou worden. Hij sprong op z’n bezem en gebaarde naar Dobby dat hij voor hem moest gaan zitten. Zo kon Dobby goed de weg wijzen terwijl Harry er ook zeker van kon zijn dat Dobby niet van z’n bezem viel.

Ze zette koers richting Malfoy Manor en Harry was blij dat Dobby de weg er naar toe wist. Even was hij bang geweest dat Dobby altijd in het huis was, maar gelukkig was hij ook verschillende keren wezen shoppen met Lucius en Narcissa zodat hij de weg wist. Hij liet Dobby weten niet te dicht naar Malfoy Manor te vliegen zodat de kans dat ze gezien zouden worden wat kleiner was. Lopen onder zijn ondzichtbaarheidsmantel zouden ze vast minder aandacht trekken.

Ze landde in een bosachtige omgeving waar Harry opnieuw zijn vuurflits verkleinde tot zakformaat. Pas nu begon de realiteit van de situatie pas echt door te dringen bij Harry. Hij was zo bij Malfoy Manor, maar wat wilde hij dan doen. Gewoon aanbellen en Draco meenemen was waarschijnlijk niet echt een goed plan.
“Uhm Dobbyk, weet jij misschien een manier om binnen te omen zonder dat we gezien worden?”
Dobby leek even na te denkenen kreeg toen een grote glimlach op z’n gezicht.
“Dobby weten hoe Harry Potter. Dobby weten hoe!”, zei Dobby terwijl hij dit keer nog net niet op en neer sprong. Harry vroeg zich af of dit zou gaan lukken, maar bij gebrek aan een beter plan besloot hij Dobby te volgen.

Harry sloeg de onzichtbaarheidsmantel over hen beide en begon de wandeling richting het huis. Toen Harry het huis zag kon hij een beetje jaloezie niet onderdrukken. Draco was in dit prachtige grote huis opgegroeid terwijl Harry het voor lange tijd moest doen met de bezemkast.

Ze liepen rond het huis en hielden nog altijd zo’n twintig meter afstand.
“Hierin Harry Potter sir”, zei Dobby blij terwijl hij naar een klein gat in de grond wees.
Harry’s gezicht vertrok. Hier past hij nooit in. Het was misschien groot genoeg voor een huiself, maar was niet voor een mens bestemd.
“Uhm Dobby, ik denk niet dat ik ga passen. Is er niet nog een andere weg?”, zei Harry voorzichtig.
Dobby keek op en schudde langzaam z’n hoofd.
“Slechte Dobby. Dobby niet kunnen helpen.”
Voordat Harry hem kon stoppen liep hij al onder de onzichtbaarheidsmantel vandaan en begon zichzelf te slaan met een stok.
“Dobby nee!”, zei Harry terwijl hij snel de stok van Dobby afpakte en ervoor zorgde dat Dobby weer onder de onzichtbaarheidsmantel kwam.
“Ik heb me vergist, het is juist een hele goede ingang”, zei Harry in de hoop Dobby wat te kalmeren.
“Echt waar?”, zei Dobby terwijl hij hoopvol begon te kijken.
Harry keek opnieuw naar het gat in de grond. Het was niet erg groot maar als hij goed z’n best deed past hij er misschien net in.
“Echt waar”, zei Harry terwijl hij probeerde te glimlachen.

Dobby pakte de punt van Harry’s gewaad vast en begon hem richting het gat te trekken.
“Ik zag weg wijzen. Ik zorgen dat u bij Draco komt”, zei Dobby terwijl hij voor het gat stopte. Hij keek nog even achterom voordat hij erin sprong.

Harry keek toe hoe Dobby in het gat verdween. Hij haalde een keer diep adem en hoopte dat hij niet halverwege vast zou komen te zitten. Hij maakte zichzelf klein en sprong in het gat. Tot zijn geluk werd het gat niet kleiner, maar juist breder. Desondanks was hij blij toen hij eindelijk weer vaste grond onder zijn voeten voelde. Hij keek om zich heen. Het zag ernaar uit dat ze in een soort wijnkelder beland waren. Hij zag Dobby een trapje oplopen en volgde hem snel. Voordat Dobby de deur kon opendoen pakte Harry hem beet.
“Blijf onder de onzichtbaarheidsmantel, straks ziet iemand je nog”, fluisterde Harry waarschuwend. Draco ging weer onder de onzichtbaarheidsmantel en leidde hem verschillende gangen door. Nergens was er echter een spoor te vinden van Draco of één van de andere bewoners. Het huis zag er op enkele huiselfen die ze tegenkwamen na, verlaten uit.

Harry stopte even met lopen en zuchtte. Dit was hopeloos. Op deze manier vinden ze Draco nooit. Hij voelde hoe de onzichtbaarheidsmantel een beetje verschoof en zag hoe Dobby eronder vandaan ging. Harry keek in het rond maar zag verder niemand en deed ook even de onzichtbaarheidsmantel af.

“Dobby wat doe je?”, zei Harry terwijl hij de huiself vragend aankeek.
“Dobby leent dit van Harry Potter en vraagt andere huiselfen naar Draco”, zei Dobby opgewekt terwijl hij Harry’s toverstok in z’n kleine handjes vasthield.
Harry keek geschrokken naar Dobby. Z’n toverstok had hij in z’n zak zitten en Dobby meost hem dus stiekem hebben gepakt toen ze onder de onzichtbaarheidsmantel waren.
“Dobby, waarom geef je me niet even rustig mijn toverstok terug”, zei Harry rustig terwijl hij z’n arm uitstak. Hij wilde Dobby niet boos of bang maken, bang dat hij dan misschien per ongeluk de toverstok zou gebruiken.
Dobby schudde echter z’n hoofd.
“Nee, Dobby gezegd hebben Harry Potter sir helpen. Dobby dat ook doen.”
Voordat Harry nog maar iets kon zeggen knipte Dobby met z’n vingers en verdween samen met zijn toverstok.

Harry was de kracht van de huiselfen helemaal vergeten en stond er nu een beetje hulpeloos bij. Hij was ongewapend in het huis van een dooddoener om Draco te redden. Dit was geen goede situatie. Snel deed hij z’n onzichtbaarheidsmantel weer om zodat hij in ieder geval onzichtbaar was.


Powered by LiveJournal.com